Halt, vroeger Bureau Halt, sloot zich onlangs als ondersteunend lid aan bij het Kinderrechtencollectief. De organisatie houdt zich al veertig jaar bezig met het voorkomen, bestrijden en bestraffen van jeugdcriminaliteit. Halt heeft de wettelijke taak kinderen/jongeren tussen 12 en 18 jaar, die een strafbaar licht vergrijp hebben gepleegd, een straf op te leggen. Zo’n Halt-straf of interventie is een vorm van buitenstrafrechtelijke afdoening. Dat houdt in dat kinderen/jongeren buiten het formele strafrechtssysteem worden gehouden. Daarmee wordt niet alleen een strafblad maar ook stigmatisering voorkomen. Per jaar krijgen ongeveer 16.000 minderjarigen met een Halt-interventie te maken.
Halt

Directeur/bestuurder van Halt, Janet ten Hoope, vertelt dat de naam Halt staat voor Het Alternatief: “Jeugdige daders moet je zo veel mogelijk buiten het strafrecht houden, maar wel voorzien van een pedagogische en begrenzende reactie. Wij bieden kinderen/jongeren letterlijk een alternatief. We werken bij Halt vanuit de gedachte dat ze een tweede kans verdienen. Als je opgroeit mag je grenzen verkennen. Iedere puber kan daarbij een keer de mist ingaan. Daar moet je als maatschappij adequaat en op een pedagogisch verantwoorde manier op reageren. De punitieve en vergeldende elementen van het strafrecht zouden, waar het kinderen/jongeren betreft, minder aan de orde moeten zijn. Er moet meer focus liggen op het herstelrechtelijke element, ook ten behoeve van slachtoffers, en minder op het straffen van jeugdige daders. Uiteraard is Halt daarbij mede gericht op het voorkomen van recidive.”
Over de aansluiting bij het Kinderrechtencollectief zegt Ten Hoope, voorheen werkzaam als officier van justitie: “We willen graag geïnformeerd worden over het kinderrechtelijk perspectief, juist omdat we werken met kinderen/jongeren. Verder willen we binnen het netwerk graag sparren over kinderrechtenthema’s die verband houden met buitenstrafrechtelijke afdoening. Dat gaat bijvoorbeeld over inspraak van jongeren, zowel in hun afdoening als binnen onze organisatie. Het kan ook gaan over de wenselijkheid van Halt-interventies voor die adolescenten tussen de 18 en 23 jaar op wie het jeugdstrafrecht van toepassing is.”
Halt-interventie
Een zaak kan door Halt worden afgedaan als is voldaan aan een aantal voorwaarden:
- Het kind/de jongere is tussen 12 en 18 jaar oud;
- Hij/zij wordt verdacht van een bepaald ‘licht’ strafbaar feit;
- Hij/zij heeft het strafbare feit bekend in het verhoor;
- Hij/zij heeft niet eerder voor een misdrijf een Half-straf gehad;
- Hij/zij stemt in met de verwijzing naar Halt.
De Halt-interventie is een straf op maat die past bij de overtreding of het misdrijf en bij het kind/de jongere. Het aantal uren dat de straf duurt is onder meer afhankelijk van de leeftijd en de ernst van de situatie, maar is nooit meer dan 20 uur. Het gaat om een kortdurend traject. Tijdens de interventie confronteert Halt kinderen/jongeren in gemiddeld drie à vier gesprekken met hun gedrag en de gevolgen daarvan. Ook ouders worden hierbij betrokken.
Het maken van leeropdrachten, aanbieden van excuses, vergoeden van eventuele schade, doen van een werkopdracht en het oefenen van (sociale) vaardigheden kunnen onderdeel zijn van de interventie. Sinds kort kan ook een zogeheten JIM-aanpak (Jouw Ingebrachte Mentor) worden opgestart. De JIM is een volwassene die het kind/de jongere zelf uit haar of zijn netwerk kiest, zoals een oma of familievriend. Het inzetten van JIM’s gebeurt vanuit de gedachte dat een kind/jongere, maar ook ouders, na afronding van de Halt-straf iemand hebben bij wie zij indien nodig terechtkunnen.
Over de Halt-interventies zegt Janet ten Hoope: “We horen nog steeds af en toe dat Halt-interventies niet goed zouden werken. Dat klopt niet, ons werk is gebaseerd op wetenschappelijke inzichten. Daarom zijn we een procedure gestart om voor onze interventies erkenning van het Nederlands Jeugd instituut te krijgen. Dat past bij onze ambitie om ook wat zwaardere zaken met deskundigheid af te doen en buitenstrafrechtelijke afdoening verder te brengen. We verwachten dat onze basisinterventie midden 2022 wordt erkend. De interventies op het gebied van sport (in het kader van tuchtstraffen, zoals agressieregulatietraining) zijn al erkend en het erkenningsproces van sexting-interventies is gestart.
Naast het uitvoeren van Halt-straffen houden we ons ook bezig met meer preventieve interventies. Hierbij gaat het om kinderen/jongeren die op verzoek van school of de gemeente bij ons komen na het vertonen van grensoverschrijdend gedrag. We ontwikkelen ons graag op die preventiekant, in de zin dat we niet alleen voorlichting op scholen willen geven, maar partner willen zijn in school- en wijkveiligheid. De kracht van Halt ligt immers op het gebied van individuele casuïstiek met vroeg-signalering en vroeg-interveniëring. Wat wel een zorg is, ook vanuit het kinderrechtenperspectief, is dat gemeenten verschillend omgaan met het structureel inzetten van preventieve interventies.”
Buitenstrafrechtelijke afdoening maximaliseren
“Zoals ik al aangaf is het onze ambitie”, zegt Ten Hoope, “de buitenstrafrechtelijke afdoening voor minderjarigen te maximaliseren. Op dit moment is de ruimte voor die afdoening beperkt. Het moet gaan om 1) first offenders die 2) een licht vergrijp hebben gepleegd, waarvoor 3) een Halt-straf van maximaal 20 uur kan worden opgelegd. Het in 2019 gewijzigde General Comment nr. 24 over kinderrechten in het jeugdstrafrechtsysteem, heeft echter een ander uitgangspunt. Het Kinderrechtencomité stelt daarin dat buitengerechtelijke afdoening in veel gevallen de voorkeur verdient. Dat uitgangspunt, het ‘geen strafrecht, tenzij’, moet wat ons betreft in de Nederlandse wet verankerd worden.
Om precies te zijn zegt het Comité in het General Comment dat de overheid ‘het scala aan strafbare feiten, waarvoor buitengerechtelijke afdoening mogelijk is, in voorkomend geval met inbegrip van ernstige strafbare feiten, voortdurend dient uit te breiden.’ Nu is de laatste versie van het Besluit Aanwijzing Halt-feiten tien jaar oud. Het Besluit wordt tegen het einde van dit jaar herzien. In het kader van die herziening pleiten wij, in overeenstemming met internationale regelgeving en wensen uit de huidige rechtspraktijk, voor uitbreiding van de mogelijkheden voor buitenstrafrechtelijke afdoening. Ik denk daarbij aan het inzetten van nieuwe, effectieve interventies voor zwaardere feiten. Ik ben me ervan bewust dat er maatschappelijk draagvlak nodig is voor die uitbreiding. Het beeld dat de samenleving heeft van Halt-straffen speelt daarbij een rol. Daarin kan zeker nog het nodige worden verbeterd.”
Kinderrechtenperspectief
“Ik zou heel graag zien dat uitbreiding van de buitenstrafrechtelijke afdoening voor minderjarigen ook gedragen wordt door het Kinderrechtencollectief, als neutrale onpartijdige. Als Halt lopen we het risico dat men onze ambitie ziet als eigenbelang. Maar het is niet onze visie dat meer afdoen buiten het strafrecht per definitie betekent dat al die zaken naar Halt moeten. Ook andere vormen van buitenstrafrechtelijk afdoen, zoals de politiereprimande en de jongerenrechtbanken, kunnen leiden tot snel en adequaat reageren, zonder de nadelen van een strafrechtelijk traject. Ik zou het echt doodzonde vinden als er over tien jaar nog steeds net zo veel kinderen als nu naar het strafrecht gaan. Daarbinnen is vaak te weinig winst te behalen, niet voor het slachtoffer, niet voor de minderjarige verdachte, niet voor de ouders en niet voor de omgeving. Dát moet bezien vanuit het kinderrechtenperspectief centraal staan.
Na de verkiezingen gaan we misschien een periode in waarin meer ruimte is voor de kwetsbare mens, na het toch wat repressieve klimaat van de afgelopen periode. Ik denk dat het goed is als we duidelijker benoemen dat strenger straffen niet altijd de meeste winst oplevert. Sterker, kinderen/jongeren kunnen daardoor juist in de knel komen. Het vrijblijvende moet eraf, we hebben als land niet voor niets het Kinderrechtenverdrag geratificeerd. Dat schept internationaalrechtelijke verplichtingen. Kinderen en jongeren verdienen niet alleen een tweede kans, ze hebben er recht op!”