Tijdens het online jubileumevent van het Kinderrechtencollectief op 30 oktober vonden er behalve een kinderrechtendebat ook acht break-outsessies plaats. Vertegenwoordigers van kinderrechtenorganisaties, kennisinstituten, (lokale) overheden en jongeren luisterden naar kinderrechtenexperts, gingen met elkaar in gesprek via de chat en reageerden op diverse interessante stellingen. Vandaag geven we een overzicht van de break-outsessie over kindvriendelijke steden, ook wel CFC (child friendly cities) genoemd.
Wat zijn kindvriendelijke steden
In deze sessie deelt CFC-kwartiermaker Linda Nugter de nieuwste ontwikkelingen over kindvriendelijke steden. Ze legt eerst uit wat een kindvriendelijke stad is: “Een kindvriendelijke stad is een stad of gemeente die ernaar streeft om alle rechten van het kind, zoals omschreven in het Kinderrechtenverdrag, te vertalen naar lokaal beleid.” Het betekent dat lokale beleidsmakers hun beslissingen, initiatieven en budgetten toetsen aan kinderrechten, zoals het Kinderrechtenverdrag voorschrijft. Een kindvriendelijke stad/gemeente verbindt zich er actief toe om voor kinderen, en daarmee voor iedereen, een leefbare, inclusieve stad te creëren. Het belang van het kind staat daarbij centraal.
Kinderrechten kunnen worden onderverdeeld in de zogenaamde drie p’s: bescherming van kinderen (protection), toegang tot bepaalde zorg en voorzieningen (provision), zoals bijvoorbeeld onderwijs, gezondheidszorg en hulpverlening, en participatie. Kinderen hebben het recht om op te groeien in een omgeving waarin ze zich veilig en zeker voelen, waarin ze kunnen spelen, leren en groeien en ze toegang hebben tot voorzieningen die ze nodig hebben. Wat betreft participatie is het uitgangspunt dat kinderen niet de volwassenen van de toekomst zijn en dat volwassenen ook niet bepalen wat het beste is voor kinderen. Kinderen zijn zelf immers de ervaringsdeskundigen. In kindvriendelijke steden moet de stem van kinderen daarom niet alleen worden gehoord, maar er ook toe doen. Zo kunnen kinderen groeien in burgerschap.
Internationale beweging
Het initiatief voor kindvriendelijke steden stamt uit 1996, toen tijdens de tweede VN-conferentie over Human Settlements (Habbitat II) werd besloten steden voor iedereen leefbaar te maken. De conferentie verklaarde dat ‘het welbevinden van kinderen de ultieme indicator is voor een gezonde woonomgeving, een democratische gemeenschap en een goed bestuur’. Hier vloeide het Child Friendly Cities Initiative (CFCI) uit voort, een door UNICEF geleide beweging die steden en gemeenten ondersteunt in het realiseren van kinderrechten op lokaal niveau. Het CFC-initiatief is een netwerk dat (lokale) overheden en andere stakeholders bij elkaar brengt, zoals ngo’s, maatschappelijke organisaties, bedrijven, academici, media en kinderen zelf. Ook in de duurzame ontwikkelingsdoelen van de VN (ook wel SDG’s, de ontwikkelingsagenda voor 2015 – 2030) zijn steden opgenomen. In doel 11 staat dat steden veilig, veerkrachtig en duurzaam gemaakt moeten worden.

Kindvriendelijke steden Nederland
Ongeveer 1 op de 5 inwoners van Nederland is onder de 18 jaar (3,4 miljoen). Meer dan een kwart van de Nederlandse bevolking is jonger dan 25 jaar (5 miljoen). En hoewel er veel goed gaat, zijn er ook zorgen. Denk aan oplopende mentale druk, ongezonde leefstijl en toenemende segregatie. Daarnaast groeien er (te) veel kinderen op met de gevolgen van financiële problemen. Ook het aantal jongeren dat jeugdhulp krijgt is de afgelopen jaren gestegen: in 2018 kreeg bijna 1 op de 10 Nederlandse jongeren tot 23 jaar jeugdhulp. In 2003 kwam, op initiatief van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en ondersteund door de rijksoverheid, Child Friendly Cities Nederland CFC-N) voorzichtig van de grond. In 2018 versterkten Alles is Gezondheid, de Nationale Jeugdraad, de Bernard van Leer Foundation en GGD-GHOR het landelijke netwerk.
Het hernieuwde CFC-N is een beweging voor gemeentebestuurders, ambtenaren, uitvoerende organisaties, netwerkpartners, burgers en andere geïnteresseerden. De beweging roept op tot positief jeugdbeleid om Nederland veilig, gezond en inclusief te maken voor kinderen en jongeren: Wat als we altijd eerst kijken naar wat iemand kan? Wat als opgroeien van ons allemaal is? Wat als we meer in kansen denken en daar ook naar handelen? Geïnteresseerde gemeenten kunnen zich aanmelden voor het CFC-N-platform ‘Beweging van preventie naar potentie’ en zo kennis delen en ervaringen uitwisselen. CFC-N ontwikkelt, gebaseerd op de 12 leefdomeinen van jongeren en kinderen, ook een barometer. Die barometer geeft lokale beleidsmakers, buurtbetrokkenen, kinderen en iedereen die zich inzet voor een positieve jeugdbeweging, inzicht in hoe kindvriendelijk hun leefomgeving is en op welke onderdelen ze meer impact kunnen creëren.
Participatie in de praktijk: De gemeente Apeldoorn
Hoe kind- en jongerenparticipatie in de lokale praktijk vorm kan krijgen, vertelt Dennis Nijzing, projectleider jeugdparticipatie bij de gemeente Apeldoorn. Deze gemeente profileert zich als een ‘comfortabele gezinsstad’, waarin generaties met elkaar verbonden zijn, de buitenruimte voor iedereen is en kinderen gezond en veilig kunnen opgroeien. Een van de pijlers onder het beleid van de gemeente is de participatie van kinderen en jongeren, zowel in beleid als in regelgeving. “Een brede opzet van het participatieproces”, zegt Nijzing, “heeft in Apeldoorn geleid tot een stevige fundering, zodat zelfs corona geen roet in de participatie gooit.”
Participatie wordt in Apeldoorn op drie verschillende manieren vormgegeven. Ten eerste door het informeren van kinderen over het lokale beleid en het betrekken van kinderen daarbij. De twee andere manieren zijn het starten van een jongerenraad (in de loop van 2021) en het stimuleren van allerhande initiatieven. Het participatieproces moet toegankelijk zijn voor een brede groep kinderen en jongeren. Daarnaast is het belangrijk dat de jongerenraad een afspiegeling is van alle kinderen en jongeren in Apeldoorn. Alle jeugd zou vertegenwoordigd moeten zijn en niet alleen hoger opgeleide en politiek geïnteresseerde jongeren. Over de mate van invloed worden per onderwerp afspraken gemaakt. “Participatie is”, aldus Nijzing, “een ongoing proces, waarbij het
vooral draait om aandacht, tijd en het serieus omgaan met de input van de kinderen en jongeren. Zo moeten de aankomende jaren de gemeentelijke systeemwereld, de wereld waarbinnen een gemeente protocollen, regels en processen ontwikkelt, en de kindvriendelijke wereld verder naar elkaar toegroeien. Met als doel elkaar te versterken.”